ECLI:NL:RBOVE:2023:3551
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering betaling huurachterstand bedrijfsruimte
De zaak betreft een geschil over huurachterstanden van een bedrijfsruimte die door eiser aan gedaagde is verhuurd voor vijf jaar. Gedaagde heeft de huurovereenkomst tussentijds opgezegd en het pand verlaten, maar betaalde niet alle huurpenningen over diverse maanden. Eiser vordert betaling van de huurachterstand, rente en incassokosten.
Gedaagde erkent een deel van de huurachterstand, maar betwist betaling voor enkele maanden. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is voor de meeste maanden en dat de kwijtschelding van huur vanwege corona voorwaardelijk was. Ook de huur over december 2022 is verschuldigd omdat de huur pas per 1 januari 2023 eindigde.
De kantonrechter wijst de vordering van eiser toe tot een bedrag van €4.413,00, inclusief incassokosten en wettelijke rente, verminderd met een deelbetaling van €2.000,00. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.413,00 aan huurachterstand, incassokosten en rente, en in de proceskosten.