De rechtbank Overijssel behandelde op 14 september 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mishandeling van zijn toenmalige echtgenote op of omstreeks 20 februari 2021. De tenlastelegging hield in dat verdachte zijn ex-echtgenote krachtig bij de bovenarmen en/of polsen zou hebben vastgepakt.
Tijdens de terechtzitting van 31 augustus 2023 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie, die het feit wettig en overtuigend bewezen achtte, en van de verdediging die vrijspraak vorderde wegens gebrek aan bewijs. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de polsen van mevrouw heeft vastgehouden.
De rechtbank oordeelde echter dat er geen voldoende bewijs is dat mevrouw als gevolg van deze handeling pijn, letsel of een hevig onlust opwekkend gevoel heeft ervaren, noch dat verdachte opzet had op het veroorzaken daarvan. Ook was er geen bewijs dat het vastpakken bij de bovenarmen pijn of letsel veroorzaakte. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van de tenlastelegging.