ECLI:NL:RBOVE:2023:3746
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van medeplegen twee juweliersinbraken ondanks DNA-sporen op gereedschap
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van medeplegen van twee inbraken bij juwelierszaken in Zwolle en Ermelo. De tenlastelegging betrof het wegnemen van sieraden met een totale waarde van meer dan 200.000 euro. Verdachte zou samen met anderen of alleen deze inbraken hebben gepleegd of daaraan medeplichtig zijn geweest.
Uit het NFI-rapport bleek dat het DNA van verdachte was aangetroffen op het gebruikte inbrekersgereedschap, waaronder stootijzers, krikken en een hamer. Dit DNA was zeer waarschijnlijk afkomstig van verdachte. Echter, de rechtbank oordeelde dat dit DNA verplaatsbaar was en niet kon worden vastgesteld wanneer en hoe het op het gereedschap was gekomen. Verdachte verklaarde dat hij veel aan scooters sleutelde en mogelijk het gereedschap had aangeraakt op locaties waar ook anderen met criminele activiteiten bezig waren.
De rechtbank vond dat de aanwezigheid van DNA op het gereedschap onvoldoende bewijs was dat verdachte daadwerkelijk bij de inbraken aanwezig was of uitvoeringshandelingen had verricht. Ook voor medeplichtigheid ontbrak het bewijs dat verdachte met opzet het delict had ondersteund. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan twee juweliersinbraken wegens onvoldoende bewijs.