Eisers, actief in makelaardij en financiële diensten, vorderen dat gedaagde stopt met het gebruik van twee Benelux beeldmerken na beëindiging van hun samenwerking. Gedaagde betwist normaal gebruik van het eerste merk en stelt dat het tweede merk te kwader trouw is geregistreerd.
De rechtbank oordeelt dat het eerste merk normaal wordt gebruikt, mede omdat het tweede merk en logo het eerste merk bevatten zonder het onderscheidend vermogen te wijzigen. Hierdoor is verval van het eerste merk niet aannemelijk. Gedaagde heeft geen geldige reden voor gebruik en maakt inbreuk op het eerste merk.
Ten aanzien van het tweede merk is niet uitgesloten dat dit te kwader trouw is gedeponeerd, omdat de registratie kort na het einde van de samenwerking plaatsvond en niet met toestemming van gedaagde. Hierdoor wordt de vordering tot staking van gebruik van het tweede merk afgewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld om binnen 14 dagen het gebruik van het eerste merk te staken en te houden, onder dwangsom, en moet de proceskosten van eisers betalen. De termijn voor hoofdzaak wordt gesteld op zes maanden.