De voormalige werknemer was van augustus 2017 tot februari 2022 in dienst als broodbakker bij de vennootschap onder firma. Hij vordert betaling van achterstallige nachttoeslag en niet genoten verlofuren. De arbeidsovereenkomst verwees naar de cao Bakkersbedrijf, die een minimum-cao is.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer recht heeft op de nachttoeslag, omdat het overeengekomen loon niet als all-in loon kan worden beschouwd gezien zijn ruime ervaring en de cao-bepalingen. Het verweer van de werkgever dat sprake zou zijn van een all-in loon wordt verworpen. Het beroep op schending van de klachtplicht faalt omdat de werknemer tijdig na ontdekking van de achterstallige loonbetaling heeft geklaagd.
Over de niet genoten verlofuren kan nog geen beslissing worden genomen, omdat partijen zich eerst nader moeten uitlaten over het exacte aantal openstaande uren. De kantonrechter stelt de werknemer in de gelegenheid zijn eis aan te passen en de werkgever om daarop te reageren. Het beroep op verrekening door de werkgever wordt gepasseerd wegens onvoldoende vaststelling van de tegenvordering.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van € 47.367,77 aan nachttoeslag toe en houdt de verdere beslissing aan totdat de verlofuren zijn gespecificeerd.