Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
Ik weet wel dat ik op een gegeven moment op de grond lag en dat toen alleen die kleine jongen op mij lag’ (pagina 69). Ook op 15 april 2022 heeft de aangever tijdens zijn verhoor op de vraag of hij de dikkere jongen (de rechtbank begrijpt: verdachte) tijdens het gevecht heeft gezien, geantwoord: ‘
Nee. Ik was bezig met de dunnere jongen’ (pagina 88).