Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. L. Ruessink en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. S. Kriekaard, advocaat in Arnhem, naar voren is gebracht.
[slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] door mevrouw [naam] van slachtofferhulp is aangevoerd.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
[slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 2] meermalen heeft getrapt tegen het lichaam terwijl hij op de grond lag. Ter onderbouwing daarvan heeft de officier van justitie in het bijzonder gewezen op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] .
[getuige 3] wat betreft de geweldshandelingen gericht tegen [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn. De raadsman heeft daarnaast aangevoerd dat de eigen verklaring van verdachte op zitting, namelijk dat hij een duw en een schopje heeft gegeven, onvoldoende is om te kunnen concluderen dat hij een aandeel heeft gehad in het tenlastegelegde.
nietbewezen dat verdachte een bijdrage heeft gehad aan het in het openlijk gepleegde geweld tegen aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . In het dossier bevinden zich geen wettige bewijsmiddelen die dit ondersteunen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het eerste, vierde en vijfde gedachtestreepje op de tenlastelegging.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
- een gevangenisstraf voor de duur van één maand geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
- een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van tachtig uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door veertig dagen hechtenis.
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 2 jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
80 (tachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen;
benadeelde partij [slachtoffer 2]ten aanzien van het primair bewezen verklaarde feit geheel toe tot een bedrag van € 1000,00 , bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag
van € 1000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022 ten behoeve van [slachtoffer 2] en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
20 (twintig) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Drenth, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2023.