De voorlopige hechtenis van verdachte was op 27 september 2023 geschorst vanwege het ernstige ziektebeeld van zijn moeder, waarbij het persoonlijk belang van verdachte zwaarder werd gewogen dan het strafvorderlijk belang. De schorsing was tijdelijk tot de pro-forma-zitting op 17 oktober 2023.
Na onderzoek bleek dat de door verdachte overgelegde medische en gemeentelijke brieven valselijk waren opgemaakt. De behandelend arts en de werkgever van verdachte ontkenden de authenticiteit van deze documenten. Dit leidde tot een vertrouwensbreuk met de toenmalige raadsman, die de verdediging neerlegde.
De nieuwe raadsman gaf aan dat verdachte ontkent dat er sprake is van valsheid in geschrift. De officier van justitie vorderde desalniettemin de opheffing van de schorsing. De raadkamer oordeelde ambtshalve dat de belangen van strafvordering nopen tot opheffing, omdat verdachte de raadkamer heeft misleid met de valse documenten.
Verdachte was niet verschenen bij de zitting. De raadkamer besloot de schorsing van de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang op te heffen.