ECLI:NL:RBOVE:2023:3920
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op bedrijventerrein na beroep tegen beschikking
Eiser betwist de door de gemeente Hardenberg vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op een bedrijventerrein, die was vastgesteld op €515.000,- op de waardepeildatum 1 januari 2021. Verweerder handhaafde deze waarde bij bezwaar. Tijdens de zitting bracht de taxateur van verweerder naar voren dat de woning inpandig was opgenomen en dat onderhoud en kwaliteit bovengemiddeld waren, wat een hogere waardering rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat de kwaliteit en het onderhoud bovengemiddeld zijn, mede omdat het taxatierapport van de inpandige opname niet ter beschikking stond en de verwijzing naar een eerdere opname onvoldoende is. Eiser slaagt er ook niet in zijn lagere waarde van €459.000,- aannemelijk te maken, omdat de vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar zijn met het object op het bedrijventerrein.
Omdat geen van beide partijen voldoende bewijs leverde, stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €490.000,-. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, en de aanslag OZB overeenkomstig verlaagd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €490.000,- en de aanslag OZB wordt verlaagd.