Uitspraak
1.De procedure
2.Inleiding en uitkomst
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 880,00
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van materiële en immateriële schade als gevolg van een mishandeling door gedaagde op 29 september 2018. Gedaagde was reeds strafrechtelijk veroordeeld voor deze mishandeling, en het vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. Gedaagde betwist aansprakelijkheid deels op grond van eigen schuld, stellende dat eiser mede verantwoordelijk was door tegen een fiets te trappen, maar dit verweer wordt door de kantonrechter verworpen.
De kantonrechter stelt vast dat de mishandeling onrechtmatig is en dat gedaagde aansprakelijk is voor de volledige schade. De schadeposten worden per onderdeel beoordeeld: niet betwiste kosten, toekomstige kosten, eigen risico zorgverzekering, immateriële schade en buitengerechtelijke kosten. De immateriële schade wordt begroot op €2.500,00 na verrekening met eerdere toekenning in strafproces. Buitengerechtelijke kosten worden deels toegewezen.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf verschillende momenten afhankelijk van het tijdstip van de schadepost. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €5.055,52 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van €5.055,52 schadevergoeding met rente en proceskosten.