In deze civiele procedure tussen ex-echtgenoten is een geschil over de betaling van een achterstallig pensioenvereveningsbedrag. Partijen bereikten in de loop van de procedure een minnelijke overeenkomst waarbij de man een bedrag van €9.000,- zal betalen aan de vrouw, verspreid over zes maanden. Deze betaling betreft een aanvulling op eerder overeengekomen pensioenverevening over de periode van 4 juli 2018 tot 1 oktober 2022.
De kantonrechter heeft deze overeenkomst bevestigd en de man veroordeeld tot nakoming van de betalingsafspraak. De eerste termijn dient uiterlijk eind oktober 2023 voldaan te zijn. Gezien de relatie tussen partijen als ex-echtgenoten heeft de rechter bepaald dat ieder zijn eigen proceskosten draagt, waardoor geen kostenveroordeling tegenover elkaar is uitgesproken.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. Hiermee is het geschil over het achterstallige pensioenbedrag definitief beslecht.