ECLI:NL:RBOVE:2023:4070

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
10635300 \ CV EXPL 23-1716
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

De Woningstichting vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege een huurachterstand van €1.861,89 tot juli 2023. De gedaagde erkent de betalingsachterstand, maar heeft inmiddels de volledige achterstand en de huur van augustus betaald en ontvangt hulp van zijn broer om toekomstige betalingen te waarborgen.

De kantonrechter oordeelt dat de onvoorwaardelijke ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd zijn gezien het woonbelang van de gedaagde, de volledige betaling van de achterstand en de ondersteuning door zijn broer. Echter, vanwege herhaalde wanprestatie wijst de kantonrechter de ontbinding en ontruiming wel voorwaardelijk toe.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de maandelijkse huur vanaf 1 oktober 2023 tot ontruiming. Indien binnen één jaar na het vonnis niet aan de betalingsverplichtingen wordt voldaan, wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet de woning binnen 14 dagen na betekening van het vonnis worden ontruimd.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter A. Smedes en op 17 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming bij niet-nakoming van de huurbetalingen binnen één jaar.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 10635300 \ CV EXPL 23-1716
Vonnis van 17 oktober 2023
in de zaak van
de stichting
STICHTING REGGEWOON,
gevestigd en kantoorhoudende te Nijverdal,
eisende partij, hierna te noemen: de Woningstichting,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 juli 2023;
- de conclusie van antwoord op de rolzitting van 8 augustus 2023;
- de e-mail van de Woningstichting van 4 september 2023;
- de akte van [gedaagde] van 5 september 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van de Woningstichting de woning gelegen aan
[adres] te [woonplaats] , gemeente [woonplaats] tegen een huurprijs van op dit moment € 641,48 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Ten tijde van de dagvaarding is er een achterstand in de huurbetalingen van €1.861,89, berekend tot en met juli 2023.

3.Het geschil

3.1.
De Woningstichting vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Aan deze vordering legt de Woningstichting ten grondslag dat [gedaagde] zijn betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.
De Woningstichting heeft bij e-mail van 4 september 2023 laten weten dat [gedaagde] de achterstand inmiddels volledig heeft betaald en dat er geen bedrag meer openstaat, maar dat de Woningstichting haar vordering van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning handhaaft.
3.3.
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden is hij tijdelijk niet in staat geweest de huur te betalen. Inmiddels heeft hij een contract heeft getekend bij de kapperszaak van zijn broer en kon hij een voorschot op zijn salaris krijgen waarmee hij de gehele vordering heeft betaald inclusief de kosten. Daarnaast is de huur voor de maand augustus 2023 inmiddels ook betaald, aldus [gedaagde] .
Zijn broer zal in het vervolg zorgdragen de huur aan de Woningstichting betalen en dat bedragn inhouden op het salaris van [gedaagde] .

4.De beoordeling

De huurachterstand, bijkomende kosten en proceskosten

4.1.
Nu Woningstichting heeft bevestigd dat zij van [gedaagde] niets meer te vorderen heeft, hoeft de kantonrechter hierover niet meer te beslissen. Dat [gedaagde] voortaan de huur tijdig moet voldoen vloeit voort uit de huurovereenkomst.
De ontbinding en ontruiming.
4.2.
De Woningstichting heeft haar vordering met betrekking tot de ontbinding van de huuroverkomst en ontruiming van het gehuurde gehandhaafd. De kantonrechter moet daarom in deze procedure alleen nog de vraag beantwoorden of de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde op dit moment gerechtvaardigd is.
4.3.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
4.4.
Gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het concrete woonbelang van [gedaagde] , dat [gedaagde] van zijn broer hulp ontvangt voor zijn financiële problemen en meer in het bijzonder de omstandigheid dat de huurachterstand inmiddels volledig is voldaan, is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval de onvoorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde niet gerechtvaardigd is.
4.5.
De kantonrechter zal de gevorderde onvoorwaardelijke ontbinding en ontruiming en aanverwante vorderingen afwijzen. De kantonrechter ziet echter, gelet op de omstandigheid dat er al vaker huurachterstanden zijn geweest (herhaalde wanprestatie), wel aanleiding om de ontbinding
voorwaardelijktoe te wijzen. [gedaagde] dient zich daarbij goed te realiseren dat overtreding van de voorwaarden door hem automatisch met zich meebrengt dat hij de woning dan moet ontruimen. Er van uitgaande dat het vonnis wordt betekend als [gedaagde] niet aan de voorwaarden zoals hierna vermeld onder 5.2. voldoen, zal de termijn voor ontruiming op 14 dagen na betekening van het vonnis worden gesteld.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de Woningstichting van € 641,48 per maand, althans de geldende huurprijs per maand, voor iedere ingegane maand vanaf
1 oktober 2023 tot het tijdstip van (een mogelijke) ontruiming;
5.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan [adres] te [woonplaats] , gemeente [woonplaats] ( [postcode] ) en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevindt en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de Woningstichting te stellen,
indien en zodra aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- [gedaagde] is binnen één jaar na dit vonnis in gebreke met de
tijdigevoldoening van enige termijn van de maandelijkse huur zoals vermeld onder 5.1.;
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023. (ak)