Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
29 Vervoersbewijzen dierlijke Meststoffen, althans een aantal Vervoersbewijzen
(telkens) in strijd met de waarheid:
3.De voorvragen
Betonschaarverklaard dat “
In de monsters van 2016 zat droge digestaat van een vergister bij. We hebben was één emmer aangemaakt, droge digestaat met kippenmest van eigen bedrijf. Uit die emmer zijn alle monsters genomen door de chauffeurs van [bedrijf 1] . [medeverdachte 1] wist hier volledig vanaf.”
“Voor het maken van mestmonsters zouden de chauffeurs van vervoerder verdachte [bedrijf 1] een “emmer” met heel droge digestaat meegenomen hebben naar het bedrijf van [bedrijf 4] . Het droge digestaat zou gemengd zijn met vleeskuikenmest.”De onjuistheid van deze samenvatting kan niet het gevolg zijn van een vergissing of een omissie. Aldus is sprake van het bewust voorhouden van onjuiste informatie in een verhoor met als kennelijk doel om verdachte en de medeverdachten iets te laten verklaren wat onjuist is. Hiermee is de verklaringsvrijheid zoals bedoeld in artikel 29 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) geschonden. Dit betreft een zeer ernstige schending van de beginselen van de goede procesorde en daarmee is ook de ernst van het verzuim aangetoond. Het gevolg hiervan is dat verdachte nadeel heeft geleden, dat temeer klemt omdat verdachte [medeverdachte 3] , nadat ook hem het onjuiste citaat in het verhoor was voorgehouden, heeft verklaard dat hij wel zeker weet dat dit klopt.
Betonschaar.
4.De bewijsmotivering
Doorslagen
Drevel. Deze onderzoeken richtten zich op twee andere veehouderijen waarvoor [bedrijf 1] B.V. als intermediair mest vervoerde.
Betonschaar,
Doorslagen
Drevelhebben geleid tot de verdenking dat in de ten laste gelegde periodes sprake is geweest van ofwel valselijk opgestelde VDM’s en facturen van mesttransporten die nooit hebben plaatsgevonden (fictieve mesttransporten) ofwel van weliswaar daadwerkelijk uitgevoerde mesttransporten, maar dan met vervalste mestmonsters.
Betonschaar), 84.040777.22 (
Doorslag) en 84.040810.22 (
Drevel) wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard, op grond van de processen-verbaal van de NVWA en de getuigenverklaringen. Zij heeft daartoe onder andere het volgende aangevoerd.
Betonschaar), 84.040777.22 (
Doorslag), en 84.040810.22 (
Drevel).
het gebruik maken vanvalse VDM’s.
getest isniet volledig bestond uit koek na scheiding van rundveemest, maar de analyses van de
mestmonstersbevatten geen conclusies over de aard van de
mestladingen,nu niet kan worden vastgesteld dat de monsters daadwerkelijk afkomstig waren uit de ladingen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld welke soort(en) mest daadwerkelijk zijn vervoerd en kan niet worden uitgesloten dat de ladingen daadwerkelijk (al dan niet deels) bestonden uit rundveemest.
het gebruik maken vanvalse VDM’s.
volgende feiten en omstandigheden vast.
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikking of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.