ECLI:NL:RBOVE:2023:4105

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
10755733 CV EXPL 23-3757
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 237 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod voor gedaagde om het achterhuis van woonboerderij zonder toestemming te betreden

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres een verbod voor gedaagde om het achterhuis van de woonboerderij, dat aan eiseres toebehoort, te betreden zonder haar uitdrukkelijke toestemming. De kantonrechter stelt zich bevoegd te zijn omdat het geschil een huurgeschil betreft.

De woonboerderij is verdeeld in twee wooneenheden, Voorhuis en Achterhuis, elk met eigen voorzieningen. De bovenverdieping van het Achterhuis heeft geen eigen voorzieningen en wordt daarom als onderdeel van het gehuurde Achterhuis beschouwd. Gedaagde heeft het Achterhuis aan eiseres ter beschikking gesteld en ontvangt daarvoor een maandelijkse vergoeding die als huur wordt aangemerkt.

De kantonrechter verbiedt gedaagde het Achterhuis zonder toestemming te betreden en legt een dwangsom van € 500 per overtreding op, met een maximum van € 25.000. Tevens moet gedaagde ervoor zorgen dat derden het Achterhuis niet betreden zonder toestemming. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde is verboden het achterhuis zonder uitdrukkelijke toestemming van eiseres te betreden onder dreiging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 10755733 CV EXPL 23-3757
PROCES-VERBAALvan de op 19 oktober 2023 te Enschede gehouden zitting van de kantonrechter in de zaak in kort geding van:
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. L. Holtrop,
advocaat te Almelo,
tegen
[gedaagde] ,
Gevestigd te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. T.B. van Dreumel,
advocaat te Enschede.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2023.
Tegenwoordig:
  • mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter;
  • R.B.M. Pillen, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschenen:
  • [eiseres] , bijgestaan door mr. Holtrop en vergezeld van dhr. [naam 1] ;
  • [gedaagde] , bijgestaan door mr. Van Dreumel en vergezeld van mw. [naam 2] .
De kantonrechter stelt vast dat beide partijen zijn verschenen.
Mr. Van Dreumel heeft namens [gedaagde] de (voorwaardelijke) eis in reconventie ingetrokken.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

1.De beslissing

De kantonrechter:
1.1.
verklaart zich bevoegd van de vordering van [eiseres] kennis te nemen;
1.2.
verbiedt [gedaagde] het Achterhuis (de woning van [eiseres] ) zonder voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van [eiseres] te betreden, alsmede er voor zorg te dragen dat zijn partner, vrienden of andere derden het Achterhuis zonder die voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van [eiseres] betreden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per overtreding tot een maximum van € 25.000,00;
1.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
1.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen, op die wijze dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
1.5.
Wijst af het meer of anders gevorderde.

2.De gronden van de beslissing

ten aanzien van de bevoegdheid exceptie:
2.1.
De kantonrechter acht zich bevoegd van de vordering kennis te nemen, nu de kantonrechter vooralsnog van oordeel is dat het gaat om een huurgeschil, welke zaken op basis van artikel 93 aanhef Pro, sub c Rv tot de competentie van de kantonrechter behoren. Deze beslissing baseert de kantonrechter op hetgeen [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, het feit dat [gedaagde] aan [eiseres] de in het geding zijnde woonruimte ter beschikking heeft gesteld en [eiseres] maandelijks een geldelijke vergoeding van € 250,00 per maand betaalt, welke bedragen door [eiseres] onder de vermelding van ‘huur’ aan [gedaagde] zijn betaald en door hem zonder protest zijn behouden.
ten aanzien van het onder I. van het mitsdien van de dagvaarding gevorderde:
2.2.
De woonboerderij is opgedeeld in twee afzonderlijke wooneenheden, genummerd [nummer 1] en [nummer 2] , door partijen Voorhuis en Achterhuis genoemd, elk met eigen voorzieningen. In de familie-overeenkomst wordt weliswaar gesproken over de totstandkoming van de huurovereenkomsten, dus in meervoud, doch de bovenverdieping in het Achterhuis kent echter geen eigen voorzieningen en heeft geen eigen toegang, zodat ter zake geen zelfstandige huurovereenkomst kan worden gesloten. Dit betekent naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de bovenverdieping van het Achterhuis deel uitmaakt van de benedenverdieping van het Achterhuis en derhalve behoort tot het door [eiseres] gehuurde.
ten aanzien van het onder II van het mitsdien van de dagvaarding gevorderde
2.3.
Uit hetgeen onder I. van het mitsdien van de dagvaarding gevorderde
is toegewezen volgt reeds dat [gedaagde] en de nader genoemde derden geen gebruik mogen maken van de voor-, tussen- en achterdeur van het Achterhuis. De hierop gebaseerde vordering dient dan ook te worden afgewezen.
ten aanzien van het onder III. van het mitsdien van de dagvaarding gevorderde:
2.4.
De kantonrechter ziet in de onderhavige kwestie geen aanleiding een andere voorziening te treffen dat gevorderd.
ten aanzien van het onder IV. van het mitsdien van de dagvaarding gevorderde:
2.5.
De kantonrechter zal de proceskosten op basis van de tweede volzin van artikel 237 lid 1 Rv Pro compenseren en wel op de wijze dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.S, Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.
Waarvan proces-verbaal,
de kantonrechter