ECLI:NL:RBOVE:2023:4146
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in ontnemingsvordering wegens vrijspraak verdachte
De rechtbank Overijssel behandelde op 23 oktober 2023 de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen verdachte, die was gebaseerd op vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. De vordering werd aanvankelijk gesteld op € 246.148,71, later verminderd tot € 82.048,90, waarbij het OM stelde dat het voordeel door drie personen gedeeld moest worden vanwege medeplegen.
De verdediging voerde aan dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens willekeur, omdat een medeverdachte met dadersporen niet werd vervolgd of aangeslagen. Daarnaast werd betwist dat verdachte enig voordeel had ontvangen en werd verzocht de betalingsverplichting op nihil te stellen.
De rechtbank oordeelde dat omdat verdachte bij het vonnis van 23 oktober 2023 vrijgesproken is van de feiten waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd, het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in deze vordering. Hiermee wordt het verband tussen strafrechtelijke veroordeling en ontneming bevestigd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, waarbij mr. E. Venekatte voorzitter was, samen met mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. L.J.C. Hangx als rechters. De griffier was mr. K.J. ten Brink. Mr. Hangx kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.