Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Stichting Jeugdbescherming West, gevestigd te Dordrecht, verder te noemen: de GI.
1.Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de pleegouders,
- [naam 1] , namens de raad,
- [medewerker jeugdbescherming] , namens de GI.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van belanghebbenden
5.De beoordeling
geblekenis dat voortzetting van de familieband schadelijk is voor het kind. In de rechtspraak van het EHRM (EHRM 6 oktober 2015 N.P./Moldavië, 58455/13, rechtsoverweging 65 en 66) wordt ten aanzien van een gezagsbeëindiging het volgende overwogen.
kan-bepaling. Tegen de achtergrond van voornoemde Europese wetgeving en jurisprudentie betekent dit een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen en een keuze voor de minst zware maatregel. Ook in de Nederlands jurisprudentie (zie onder andere de uitspraak van het gerechtshof ‘s- Hertogenbosch van
13 januari 2022 (ECLI:NL:GHSHE:2022:76)) is de wijze waarop de gezaghebbende ouder, in dit geval de moeder, invulling geeft aan het gezag een factor van belang bij de beoordeling van een verzoek dit te beëindigen. Dat is ook in het geval als er niet meer terug gewerkt wordt naar plaatsing van de minderjarige, in dit geval van [minderjarige] , bij de moeder.
6.De beslissing
a) door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;