Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende in [woonplaats 1],
wonende in [woonplaats 2],
1.De procedure
2.Waar deze zaak over gaat
3.De beoordeling
€ 660,00(2 punten x tarief € 330,00)
Rechtbank Overijssel
Deze civiele procedure betreft de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding die eiser toekomt na een mishandeling door gedaagde op 4 januari 2020. Gedaagde heeft reeds een strafbeschikking gekregen en een bedrag van € 754,21 betaald, maar eiser vordert een hoger bedrag vanwege materiële en immateriële schade.
De rechtbank oordeelt dat de mishandeling onrechtmatig was en dat gedaagde aansprakelijk is. De schade aan kleding wordt deels toegewezen: € 899,00 voor de jas, € 201,00 voor de trui en € 71,94 voor de broek. Het eigen risico van € 154,21 wordt erkend. Voor arbeidsinkomsten wordt één week niet-werken toegewezen, begroot op € 1.200,00. Immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op € 600,00 wegens pijn, litteken en wondvlees.
De totaal toe te wijzen schade bedraagt € 3.126,15, verminderd met het reeds betaalde bedrag, zodat gedaagde € 2.371,94 moet betalen. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. Late indiening van aanvullende producties door eiser leidt tot niet-toelating daarvan.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.371,94 schadevergoeding aan eiser en de proceskosten.