Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de producties van [eiseres] ;
2.Inleiding
3.De feiten
e-mailbericht van [naam 1] , de echtgenoot van de oudste zus van [eiseres] en [gedaagde] , waarin het volgende is opgenomen:
Rechtbank Overijssel
Eiseres vordert een bedrag van € 25.000,- aan immateriële schadevergoeding van haar zus (gedaagde) wegens het onmogelijk maken van afscheid nemen van het lichaam van hun overleden vader door het sluiten van de kist kort na het overlijden.
Gedaagde betwist onrechtmatig te hebben gehandeld en stelt dat de beslissing tot sluiting van de kist gezamenlijk is genomen met de oudste zus, zwager en een functionaris van het uitvaartcentrum, vanwege de trieste en vermagerde staat van het lichaam. Eiseres heeft haar wens om afscheid te nemen pas na de crematie kenbaar gemaakt, waardoor de mogelijkheid om de kist te openen was verstreken.
De kantonrechter oordeelt dat de beslissing om de kist te sluiten niet als onrechtmatige daad kan worden gekwalificeerd, mede omdat het besluit gezamenlijk is genomen en eiseres haar wens niet tijdig kenbaar maakte. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en compenseert zij de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot immateriële schadevergoeding wegens het sluiten van de kist wordt afgewezen.