Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of [slachtoffer 2] ;
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
6.De schade van benadeelden
immateriële schadeverdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van respectievelijk:
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 3 jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit;
benadeelde partij [slachtoffer 1]ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde feit toe tot een bedrag van € 250,00 , bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag
van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2023;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2023 ten behoeve [slachtoffer 1] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
5 (vijf) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;