Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiser 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
1.De feiten
2.Het geschil
3.De gronden van de beslissing
- € 127,66 voor explootkosten
- € 2.837,00 voor griffierecht
- € 1.196,00(2 punten × tarief € 598,00 per punt)
Rechtbank Overijssel
De Maatschap “De Watersnip” en de uittredende maat zijn in geschil over de afwikkeling van het aandeel van de uittredende maat in een kantoorgebouw. De uittredende maat heeft de maatschap opgezegd en is sindsdien geen deelgenoot meer. De maatschap vordert dat de uittredende maat meewerkt aan de levering van zijn aandeel en kwijting verleent voor de tegenprestatie van de maatschap.
De rechtbank stelt vast dat de uittredende maat verplicht is tot levering en medewerking daaraan, en dat de notaris de kwijting verlangt om de levering te kunnen passeren. De uittredende maat betwist het belang van de maatschap bij de vordering en vreest dat de kwijting toekomstige vorderingen kan uitsluiten.
De rechtbank oordeelt dat de maatschap voldoende belang heeft, omdat zonder medewerking en kwijting de levering niet kan plaatsvinden. De kwijting ziet alleen op de reeds voldane verplichtingen en niet op toekomstige vorderingen. De primaire vordering tot een verklaring voor recht over alle verplichtingen wordt afgewezen wegens onvoldoende grondslag.
De rechtbank veroordeelt de uittredende maat tot medewerking aan de levering, tot het verlenen van kwijting, tot betaling van een bedrag van €6.000,- met wettelijke rente en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis treedt na 14 dagen in de plaats van medewerking indien deze uitblijft.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de uittredende maat tot medewerking aan de levering van zijn aandeel en tot het verlenen van kwijting, met betaling van €6.000,- en proceskosten.