Partijen hadden een affectieve relatie die begin dit jaar is beëindigd. Zij hebben samen een vierjarig kind en huren gezamenlijk een woning. De vrouw heeft het ouderlijk gezag over het kind en vordert exclusief gebruik van de woning, terwijl de man nakoming van een zorg- en contactregeling verlangt waarbij het kind continu in de woning verblijft en partijen om de week wisselen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen van beide partijen een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorzieningen. De bestaande afspraken, ondersteund door Veilig Thuis en een wijkcoach, voorzien in een birdnesting-regeling die het belang van het kind dient. De vrouw kan haar verzoek in de bodemprocedure afwachten, waar de belangen van het kind en partijen grondiger kunnen worden onderzocht.
De vorderingen van de vrouw en de man worden daarom afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 7 november 2023.