ECLI:NL:RBOVE:2023:4454
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming na vrijspraak verdachte
De rechtbank Overijssel behandelde een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van €959.154,54 van verdachte. Deze vordering was gebaseerd op feiten waarvan verdachte was beschuldigd.
Tijdens de procedure, die plaatsvond op 14 februari 2022, 19 september 2022 en 26 september 2023, verscheen verdachte slechts eenmaal. Op 3 oktober 2022 werd verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten die aan de ontnemingsvordering ten grondslag lagen.
Gezien deze vrijspraak verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank volgde hiermee het standpunt van zowel het Openbaar Ministerie als de raadsman van verdachte dat zonder veroordeling de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor strafzaken op 7 november 2023 te Zwolle.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming na vrijspraak van verdachte.