ECLI:NL:RBOVE:2023:4455
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering ontneming wegens vrijspraak verdachte
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en de verdachte verplicht tot betaling aan de Staat van €750.690,20. Deze vordering is behandeld tijdens meerdere terechtzittingen in 2022 en 2023, waarbij de verdachte op de eerste twee zittingen aanwezig was en gehoord is. Op de laatste zitting in september 2023 was de verdachte niet aanwezig.
De verdediging voerde aan dat de vordering afgewezen moet worden omdat de verdachte is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd. De officier van justitie steunde dit standpunt en verzocht de rechtbank de vordering af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat nu de verdachte bij vonnis van 3 oktober 2022 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering is gegrond, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank wees het vonnis uit op 7 november 2023.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.