Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
1.De procedure
2.De feiten en het geschil, in conventie en in reconventie
3.De beoordeling door de kantonrechter, in conventie en in reconventie
99,50
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partij A en partij B sloten in 2022 meerdere overeenkomsten voor ICT-diensten, waaronder zakelijke e-mail. Partij B betaalde aanvankelijk, maar bleef de facturen van november 2022 tot april 2023 schuldig. Partij A vordert betaling van deze facturen, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten. Partij B voert verweer dat de contracten onder misleiding tot stand kwamen en stelt een schadevergoeding wegens beëindiging van de e-maildienst.
De rechtbank oordeelt dat de contracten een minimale duur van 12 maanden hebben en dat partij B deze verplichtingen moet nakomen. Het verweer van misleiding is onvoldoende onderbouwd en het voorstel van partij B om contracten over te nemen is niet bindend voor partij A. De betalingsachterstand rechtvaardigt opschorting van diensten door partij A, waardoor de schadevergoeding wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelt partij B tot betaling van de hoofdsom van € 1.785,58, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten van € 267,84, alsmede proceskosten. De vordering in reconventie wordt afgewezen en partij B wordt veroordeeld in de proceskosten daarvan.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente en kosten, terwijl de schadevergoeding wordt afgewezen.