Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
mr. Van Meel is tevens verzonden aan verzoeker.
Rechtbank Overijssel
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.I. van Meel, de bestuursrechter die zijn beroepszaak behandelt over een beslaglegging op zijn AOW-pensioen. De rechtbank stelde vast dat het verzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel konden trekken.
De rechtbank oordeelde dat een oproepbrief waarin de naam van de behandelend rechter wordt genoemd geen grond voor wraking vormt. Het verzoek bevatte voornamelijk algemene onvrede over de rechtspraak en richtte zich deels onterecht tegen ambtenaren en griffiers, die niet gewraakt kunnen worden.
Omdat het wrakingsverzoek lichtvaardig en zonder enige grondslag was ingediend, werd het gekwalificeerd als misbruik van recht. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker tegen de behandelend rechter niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en toekomstige verzoeken worden niet in behandeling genomen.