Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek.
2.Korte samenvatting van de zaak
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- wettelijke handelsrente tot 24 juli 2023
€
140,30
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde sloten op 24 januari 2023 een franchiseovereenkomst. Gedaagde had op 30 november 2022 een factuur van €6.655,00 gestuurd aan eiser voor een entreefee onder verwijzing naar deze overeenkomst. Eiser betaalde deze factuur, maar stelde dat gedaagde deze onterecht had verstuurd omdat zij zelf de overeenkomst niet had gesloten en dus geen aanspraak op het bedrag kon maken.
Gedaagde betwistte dit niet en voerde slechts aan dat eiser de verkeerde partij had gedagvaard. De rechtbank stelde vast dat eiser het bedrag zonder rechtsgrond had betaald en op grond van artikel 6:203 lid 2 BW Pro recht had op teruggave van het bedrag. Daarnaast werd de wettelijke handelsrente over het bedrag toegewezen vanaf 24 juli 2023 tot aan volledige betaling.
Ook werd de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van €707,75 toegekend, omdat aan de wettelijke eisen was voldaan en het bedrag binnen het wettelijke maximum viel. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal €7.503,05 plus rente en tot vergoeding van de proceskosten van €1.415,44. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €7.503,05 plus wettelijke handelsrente en proceskosten.