Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser], wonend in [woonplaats 1],
[eiseres], wonend in [woonplaats 2],
Rechtbank Overijssel
Eisers stellen dat zij eigenaar zijn geworden van een strook grond die kadastraal aan de gemeente toebehoort, op grond van verkrijgende of bevrijdende verjaring, en vorderen een verbod op geplande werkzaamheden door de gemeente op deze grondstrook. De gemeente heeft aangekondigd eind november 2023 te starten met herbestratingswerkzaamheden als onderdeel van een herinrichtingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben bij de voorziening, maar dat het beroep op verjaring niet aannemelijk is. De door eisers aangevoerde feiten, zoals het gebruik van de grondstrook, de bestrating met huisnummer, en de aanwezigheid van een trottoirband, zijn onvoldoende om bezit over de grondstrook aan te tonen. De grondstrook blijft publiek toegankelijk en behoudt haar gemeentelijke bestemming.
Daarnaast is niet aannemelijk dat eisers een gebruiksrecht op de grondstrook hebben verkregen. Het belang van de gemeente bij uitvoering van haar werkzaamheden weegt zwaarder dan het belang van eisers, mede omdat de herbestrating niet onomkeerbaar is en nieuwe parkeergelegenheid wordt gecreëerd. De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het gevorderde verbod op werkzaamheden door de gemeente wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van eigendom door verjaring.