Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2023:4676

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
10606408 CV EXPL 23-2437
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling huurachterstand en schade door hennepkwekerij in gehuurde woning

Tussen de Stichting Jongerenhuisvesting Twente en de huurder is een huurovereenkomst gesloten voor een woning. De huurder liep een huurachterstand op en er werd een hennepkwekerij in de woning aangetroffen. Om een gerechtelijke procedure te vermijden, zegde de huurder de huurovereenkomst vrijwillig op per 1 april 2020.

Na verwijdering van de hennepkwekerij kreeg de huurder de gelegenheid de woning te ontruimen, wat hij niet heeft gedaan. Door de hennepkwekerij ontstond schade aan de woning, waarvoor de Stichting herstelkosten maakte. De Stichting vorderde betaling van de huurachterstand, de schadevergoeding en proceskosten.

De huurder betwistte aanvankelijk de specificatie van de huurachterstand, maar na nadere specificatie erkende hij de vordering. De kantonrechter kende de vordering toe en veroordeelde de huurder tot betaling van €6.923,70 plus wettelijke rente en proceskosten van €968,02. De Stichting is bereid tot een betalingsregeling na detentie van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, schadevergoeding en proceskosten, totaal €7.891,90.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats
Zaaknummer: 10606408 CV EXPL 23-2437
Vonnis van 7 november 2023
in de zaak van:
de stichting
Stichting Jongerenhuisvesting Twente,
gevestigd te Enschede,
eisende partij, hierna ook wel de Stichting te noemen,
gemachtigde: A.G. Groothuis, gerechtsdeurwaarder,
- tegen -
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen,
gemachtigde: mr. R.W.J.H.A. Neijndorff, advocaat.

1.De procedure

1.1
Deze blijkt uit het tussenvonnis van 29 augustus 2023 ter dagbepaling van een mondelinge behandeling. Deze werd vastgesteld op 13 november 2023 te 13.30 uur.
1.2
Bij brief van 6 oktober 2023 heeft de gemachtigde van de Stichting, mede namens de gemachtigde van [gedaagde] , de kantonrechter meegedeeld dat de mondelinge behandeling geen doorgang hoefde te vinden aangezien partijen tot overeenstemming zijn gekomen en dat in deze zaak een eindvonnis kan worden gewezen.
1.3
Dat eindvonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1
Tussen partijen is op 29 maart 2018 een huurovereenkomst tot stand gekomen waarbij [gedaagde] de woning aan de [adres] van de Stichting huurde.
2.2
[gedaagde] heeft een achterstand in de betaling van de huur opgelopen. Tevens werd in het gehuurde door de politie Oost Nederland een hennepkwekerij aangetroffen.
2.3
Om een gerechtelijke procedure te vermijden zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] de huurovereenkomst vrijwillig op zou zeggen en wel per 1 april 2020. Dat heeft [gedaagde] gedaan.
2.4
Nadat de hennepkwekerij was verwijderd, werd [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de woning leeg te halen en te ontruimen, hetgeen hij nagelaten heeft.
2.5
Als gevolg van de aanwezigheid van een hennepkwekerij is er schade ontstaan aan het gehuurde en heeft de Stichting kosten moeten maken om de woning in goede c.q. originele staat te herstellen.

3.Het geschil

de vordering:
3.1
De Stichting vordert – zakelijk weergegeven en na een bij akte gegeven nadere specificatie – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 6.923,70, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.252,83 vanaf 23 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
3.2
De vordering in hoofdsom, zoals nader gespecificeerd in de brief van de gemachtigde van de Stichting d.d. 28 augustus 2023, bedraagt € 6.431,85 en bestaat feitelijk uit twee elementen:
- de schade aan het gehuurde als gevolg van de aanwezigheid van een hennepplantage, zijnde een bedrag van € 4.498,06 en
- de huurachterstand tot en met maart 2020 ad € 1.933,79.
Na aftrek van teruggave stookkosten en de waarborgsom bedraagt de vordering in hoofdsom € 6.252,83.
Naast dit bedrag maakt de Stichting aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente, tot
23 juni 2023 vastgesteld op € 88,83 en op € 832,04 aan buitengerechtelijke kosten inclusief btw.
In mindering kan strekken een bedrag van € 250,00 dat reeds betaald is aan de gemachtigde van de Stichting. De totale vordering komt daarmee op € 6.923,70.
het verweer:
3.3
In eerste instantie werd door [gedaagde] o.a. het verweer gevoerd dat de huurachterstand onvoldoende gespecificeerd was en dat er tweemaal cilinders in rekening waren gebracht.
Na de bij brief d.d. 28 augustus 2023 gegeven specificatie heeft de gemachtigde van [gedaagde] bij zijn e-mail van 27 september 2023 aangegeven dat [gedaagde] de vordering niet langer betwist.

4.De beoordeling

4.1
Nu de (nader) gespecificeerde vordering van de Stichting door [gedaagde] niet langer betwist wordt, dient de vordering, zowel in hoofdsom als de nevenvorderingen, te worden toegewezen.
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] de toegewezen bedragen wil voldoen middels een betalingsregeling. Een dergelijke regeling kan door de kantonrechter vooralsnog niet tegen de wil van een schuldeiser (in casu de Stichting) worden opgelegd. In dit geval heeft de Stichting aangegeven dat zij bereid is een betalingsregeling aan te gaan op het moment dat [gedaagde] uit detentie komt.
4.2
Hoe dan ook, [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de Stichting te betalen het bedrag van € 6.923,70 vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.252,83 vanaf 23 juni 2023 tot de dag der algehele voldoening (een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te bovengaande);
5.2
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 968,02 waaronder € 330,00 wegens het salaris van de gemachtigde. Begroot de nakosten daarbij op € 132,00.
5.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.