In deze civiele procedure vordert eiseres, als bewindvoerder over het vermogen van haar moeder, de vaststelling van de legitieme portie van de onderbewindgestelde en betaling van een bedrag wegens schenkingen door de erflater aan andere erfgenamen.
De rechtbank beoordeelt twee bewijsopdrachten: of de onderbewindgestelde in de periode 2008-2017 jaarlijks €1.500 heeft ontvangen en of zij roerende zaken en een vakantie ter waarde van €6.104,98 heeft gekregen. Op basis van getuigenverklaringen acht de rechtbank het eerste bewezen, maar het tweede niet.
Verder wordt een bedrag van €16.250,00 aan contante opnames door gedaagden betwist als schenking, maar de rechtbank wijst dit af wegens onvoldoende bewijs dat de erflater zijn financiën niet meer zelf kon regelen.
De legitieme portie wordt berekend op basis van de activa, passiva en schenkingen, resulterend in een bedrag van €25.913,62. Gedaagde partijen worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan eiseres, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 juni 2022. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.