In deze civiele zaak vordert gedaagde 2 toestemming om gedaagde 1 in vrijwaring te dagvaarden in verband met een geschil tussen eiser en gedaagde partijen over een samenwerkingsovereenkomst en een koop- en aannemingsovereenkomst. Gedaagde 2 stelt dat de rechtsvoorganger van gedaagde 1, bedrijf 2, verantwoordelijk is voor de verplichtingen die tot schade hebben geleid bij eisers.
Gedaagde 2 heeft haar verplichtingen voldaan door onder meer de levering van percelen grond en betaling van een vergoeding vanwege het uitblijven van centrale voorzieningen. Eisers verwijzen zich naar het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot oproeping in vrijwaring toewijsbaar is omdat gedaagde 2 voldoende heeft gesteld dat er een samenwerkingsovereenkomst bestaat tussen haar en bedrijf 2 die de aansprakelijkheid regelt. Het ontbreken van de volledige overeenkomst leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank staat toe dat gedaagde 2 gedaagde 1 in vrijwaring dagvaardt voor de zitting op 20 december 2023 en veroordeelt gedaagde 2 tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van eisers nihil worden begroot. De procedure wordt verwezen naar de civiele rolzitting voor conclusie van antwoord.