Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2023:4777

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
10674292 \ CV EXPL 23-3238
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:438 BWArt. 1:439 BWArt. 1:440 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling huursom en schadebusje wegens beschermingsbewind

Gedaagde huurde een busje van eiseres en betaalde niet de volledige huursom en bijkomende kosten. Gedaagde stond onder beschermingsbewind, wat betekende dat hij zonder medewerking van de bewindvoerder geen geldige rechtshandelingen kon verrichten. Deze onderbewindstelling was gepubliceerd in het Centraal Curatele- en Bewindregister (CCBR), waardoor eiseres geacht werd hiervan op de hoogte te zijn.

De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst ongeldig was omdat gedaagde handelingsonbekwaam was en eiseres het register had moeten raadplegen. Hierdoor kon eiseres geen bescherming genieten tegen de gevolgen van de onbevoegde rechtshandeling. Bovendien kon de schade die ontstond niet worden verhaald op de onder bewind staande goederen.

De vordering tot betaling van de extra huurdag, brandstofkosten en schade werd daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de bewindvoerder geen kosten hoefde te betalen omdat hij zonder gemachtigde procedeerde.

Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens ongeldig verklaarde huurovereenkomst door beschermingsbewind.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10674292 \ CV EXPL 23-3238
Vonnis van 21 november 2023
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Juridisch Adviesbureau Holtland,
tegen
[bewindvoerder] , H.O.D.N. SPECTRUM BEWINDVOERING,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder respectievelijk [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Korte samenvatting van de zaak

[gedaagde] heeft van [eiseres] een busje gehuurd, maar niet de volledige huursom en ook niet de overige kosten betaald. [gedaagde] hoeft de factuur van [eiseres] ook niet te betalen, omdat zijn goederen onder bewind stonden toen hij het busje huurde. [eiseres] kon daarvan op de hoogte zijn, omdat de onderbewindstelling in het Centraal Curatele- en Bewindregister stond ingeschreven. Daarom wordt [eiseres] niet beschermd tegen de gevolgen van de onbevoegde huur door [gedaagde] .

3.De feiten

3.1.
Alle (toekomstige) goederen van [gedaagde] staan vanaf 4 april 2019 onder bewind.
3.2.
De onderbewindstelling van [gedaagde] is op 5 april 2019 gepubliceerd in het Centraal Curatele- en Bewindregister (hierna: CCBR).
3.3.
[gedaagde] heeft op 6 april 2023 een voertuig, Citroën Jumper XL (hierna: het busje), gehuurd bij [eiseres] en via internet de huur voor één dag betaald.
3.4.
Op verzoek van [gedaagde] heeft [eiseres] de huur verlengd met één dag. Hiervoor is een extra huurcontract opgesteld. Het verschuldigde bedrag van € 74,00 zou worden afgerekend bij het terugbrengen van het busje.
3.5.
[gedaagde] heeft geen verzekering afgesloten waarbij het eigen risico was afgekocht.
3.6.
Na het inleveren bleek dat het busje nog moest worden volgetankt voor € 33,17 en dat sprake was van schade. De reparatienota bedraagt € 2.099,59 exclusief BTW.
3.7.
[eiseres] heeft aan [gedaagde] een factuur verzonden voor de extra dag huur, het aftanken van het voertuig en de schade. De bewindvoerder heeft de factuur niet betaald.

4.Het geschil

4.1.
[eiseres] vordert – samengevat – veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van € 2.231,76, vermeerderd met rente en kosten.
4.2.
De bewindvoerder voert verweer. De bewindvoerder concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] .
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De rechtshandeling is ongeldig
5.1.
Tijdens het beschermingsbewind komt het beheer over de onder bewind staande goederen niet toe aan de rechthebbende ( [gedaagde] ), maar aan de bewindvoerder. Tijdens het bewind kan [gedaagde] alleen met medewerking van de bewindvoerder of met machtiging van de kantonrechter over de onder het bewind staande goederen beschikken. Dit is zo geregeld in artikel 1:438 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
5.2.
Als de onder bewind gestelde ondanks het bewind een rechtshandeling verricht, is deze rechtshandeling ongeldig. Deze ongeldigheid heeft alleen gevolgen voor derden – zoals [eiseres] – als deze derde het bewind kende of had behoren te kennen. Dat is geregeld in artikel 1:439 BW Pro.
5.3.
Vaststaat dat de (toekomstige) goederen van [gedaagde] ten tijde van de huur van het busje onder bewind waren gesteld. Om die reden is de door hem verrichte rechtshandeling – het aangaan van een overeenkomst tot huur zonder afkoop van het eigen risico – ongeldig geweest. Nu verder onbetwist vaststaat dat in de onderbewindstelling van [gedaagde] was gepubliceerd in het CCBR, kan de ongeldigheid van de rechtshandeling aan [eiseres] worden tegengeworpen. Van [eiseres] mag namelijk verwacht worden dat zij het register raadpleegt. Zij behoort daarom het in dit register ingeschreven feit te kennen en haar komt geen bescherming tegen de handelingsonbevoegdheid van [gedaagde] toe.
5.4.
Gelet op het wettelijk systeem leiden de omstandigheden dat [gedaagde] beschikking had over geld, een bankrekening en een computer om het busje te gaan huren en dat [gedaagde] betaalde werkzaamheden ging verrichten met het busje, niet tot een ander oordeel. Dat [eiseres] om die reden geen aanleiding zag om het CCBR te raadplegen, komt voor haar rekening en risico. Dit betekent dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde] hoeft daarom niet te betalen voor de gevorderde extra daghuur en extra brandstof.
De schade kan niet worden verhaald op de onder bewind staande goederen
5.5.
Als er tijdens het bewind een handeling is verricht zonder medewerking van de bewindvoerder en zonder machtiging van de kantonrechter, kunnen schulden die daaruit voortvloeien niet op de onder het bewind staande goederen worden verhaald. Dat is zo geregeld in artikel 1:440 BW Pro.
5.6.
De schade die [gedaagde] heeft veroorzaakt vloeit rechtstreeks voort uit de overeenkomst en de voorwaarden waaronder [gedaagde] deze is aangegaan. De kantonrechter is van oordeel dat deze schade daarom niet kan worden verhaald op [gedaagde] , omdat al zijn (toekomstige) goederen onder bewind staan.
Afwijzing vordering
5.7.
De vordering van [eiseres] zal daarom worden afgewezen
Proceskosten
5.8.
[eiseres] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat de bewindvoerder zonder gemachtigde procedeert, worden de proceskosten aan de zijde van de bewindvoerder tot dit vonnis vastgesteld op nihil.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
6.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de bewindvoerder tot dit vonnis vastgesteld op € 0,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2023.