De rechtbank Overijssel behandelde een civiele zaak tussen de erfgenamen van een overleden vader en diens partner, waarbij geschil bestond over de betaling van woonlasten en onderhoudskosten na het overlijden. De partner bewoont de woning en de erfgenamen hadden kosten voorgeschoten aan de Vereniging van Eigenaars (VvE) en waterschapsbelasting.
In een tussenvonnis waren enkele punten reeds beslist, waaronder het niet teruggeven van een auto en het niet toewijzen van vorderingen met betrekking tot digitale gegevensdragers. In dit eindvonnis oordeelde de rechtbank dat de partner verplicht is de kosten van warmtegebruik, VvE, waterschapsbelasting, onroerendezaakbelasting, gas/elektra en stookkosten vanaf het overlijden te betalen. Tevens moet zij het gewone onderhoud aan de geiser verrichten.
De rechtbank wees een bedrag van €6.845,82 toe aan de nalatenschap, bestaande uit reeds erkende en vastgestelde kosten, en compenseerde de proceskosten tussen partijen. Betwiste punten zoals de teruggave van een VvE-teruggaaf van €45,89 werden toegewezen aan de nalatenschap, omdat onvoldoende bewijs bestond voor een andere verdeling op grond van de samenlevingsovereenkomst.
Verder werd vastgesteld dat bepaalde goederen zoals een rolodex en dvd's aan de erfgenamen zijn overgedragen, terwijl de partner recht heeft op bollampen als onderdeel van de inboedel. De rechtbank wees de vorderingen die verder gingen dan de woonlasten en onderhoud af.