Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
of omstreeks13 augustus 2023 te [plaats] [slachtoffer] heeft mishandeld door
op/tegen het gezicht
, althans het lichaam,te slaan en
/of
op/tegen het kruis
, althans het lichaam,met een pijp
, althans een hard voorwerp,
of omstreeks13 augustus 2023 te [plaats], door geweld of enige andere
niet te
en/of deur en/of ruimteaan te slaan
/of
/of
/of
(een)bloempot
(ten
)door het gat in het raam te gooien en
/of
/of
tegen de benen aante slaan en
/of
zeggen/roepen zoals ‘ik vermoord, ik sloop je, ik maak je af’
of soort woorden van soortgelijke aard en/of strekking;
of omstreeks13 augustus 2023 te [plaats], opzettelijk en wederrechtelijk de ruimtes van het pand en
/ofde huisraad,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten
in elk geval aan een andertoebehoorden heeft
, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
of omstreeks13 augustus 2023 te [plaats], opzettelijk [slachtoffer],
, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 08-133628-23
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
103 (honderddrie) dagen;
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
[slachtoffer] (feiten 1 en 2)van een bedrag van
€ 1.216,10 (duizend tweehonderdzestien euro en tien cent)bestaande uit
€ 216,10(
tweehonderdzestien euro en tien cent)materiële schade en
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.216,10 (duizend tweehonderdzestien euro en tien cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
22 (tweeëntwintig) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering
af.