De rechtbank Overijssel behandelde de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde die samen met mededaders grote hoeveelheden drugsafval dumpte in De Wolden en Alphen aan de Rijn. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €4.375,66 als wederrechtelijk verkregen voordeel, later verlaagd naar €3.420,80. Na eerdere procedurele stappen, waaronder vernietiging van een eerdere nietontvankelijkverklaring door het hof, werd de zaak opnieuw behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vordering en verwierp het verweer van de verdediging dat de veroordeelde geen voordeel had genoten vanwege zijn ondergeschikte rol. Op basis van facturen en berekeningen werd het voordeel vastgesteld op €3.420,80. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van ruim drie jaar sinds de aankondiging van de ontnemingsvordering op 10 september 2018.
Gelet op vaste jurisprudentie werd de betalingsverplichting met tien procent gematigd, waardoor de veroordeelde €3.078,72 moet betalen aan de Staat. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 61 dagen. De uitspraak werd gedaan door mr. J.T. Pouw, mr. D. ten Boer en mr. B.S. Kats op 11 december 2023.