ECLI:NL:RBOVE:2023:5156

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
15 december 2023
Zaaknummer
C/08/306739 KG RK 23-455
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 wrakingsprotocol Rechtbank Overijssel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid en kennelijke ongegrondheid van wrakingsverzoek rechtbank Overijssel

Verzoekers dienden op 5 december 2023 een verzoek tot verschoning en wraking in tegen diverse medewerkers en rechters van de rechtbank Overijssel, waaronder griffiers en leden van de wrakingskamer. De wrakingskamer besloot af te zien van een mondelinge behandeling en beoordeelde het verzoek schriftelijk.

De wrakingskamer oordeelde dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in het verschoningsverzoek, omdat alleen rechters zichzelf kunnen verschonen en verzoekers hiertoe niet bevoegd zijn. Het wrakingsverzoek werd eveneens afgewezen omdat verzoekers geen concrete feiten of omstandigheden aanvoerden die objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechters konden onderbouwen.

Daarnaast richtte het verzoek zich onterecht op niet-rechters, zoals griffiers en administratief personeel, die niet gewraakt kunnen worden. De wrakingskamer stelde vast dat het wrakingsverzoek grotendeels bestond uit algemene kritiek op de rechtspraak en dat het middel wraking lichtvaardig werd ingezet, wat als misbruik van recht werd aangemerkt. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers in deze zaak niet in behandeling worden genomen.

De beslissing werd op 13 december 2023 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verschonings- en wrakingsverzoek; het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken worden uitgesloten.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/306739 KG RK 23-455
Beslissing van 13 december 2023
in de zaak van
[verzoekers],
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers tot wraking.

1.De procedure

1.1.
Op 5 december 2023 hebben verzoekers een verschonings- en een wrakingsverzoek ingediend van, zakelijk weergegeven:
- de twee WRO-soorten ambtenaren,
- de alhier niet schriftelijk verschenen verschonings- en wrakingskamer,
- de alhier niet schriftelijk verschenen “voltallige triagistenkamer belast met de behandeling van ingekomen stukken in Postbus 323, 7600 AH Almelo”,
- de meer bedoelde twee WRO-soorten ambtenaren van de “parate” of samen te stellen verschonings- en wrakingskamer die onderhavig verschoningsverzoek en wrakingsverzoek in behandeling nemen, en die eerder ingediende zodanige verzoeken hebben (mede)behandeld, en dus in ieder geval ook:
- “ contactpersoon mevr. A. R. Akyurek de griffier”,
- “ de griffier”- “Nota griffierecht”,
- “ contactpersoon mevr. J. Poeles de griffier”,
- “ de griffier”- “Herinnering Nota griffierecht”,
- “ contactpersoon mevr. M. Moelard de griffier”,
- “ mr. A. P. W. Esmeijer, rechter”,
- “ A. N. Egberink-Jonker, einduitspraakgriffier”,
- “ mr. A. M. den Dulk, rechter”,
- “ contactpersoon dhr W. G. M. Nobbenhuis de griffier”,
- “ contactpersoon mevr. C. J. van der Kolk de griffier”,
- “( de) griffier”, tegenwoordig bij de mondelinge behandeling op zes december 2023, en
- alle overige niet met GBA-/BRP-naam en functie gespecificeerde, twee soorten, in
zowel de beroep als de verzetfase, niet en wel in geschrifte, “verschenen” WRO-ambtenaren.
1.2.
De wrakingskamer ziet, gelet op het navolgende, af van een mondelinge behandeling.

2.Het wrakingsverzoek

Verzoekers hebben hun verzoek toegelicht in de op 5 december 2023 binnengekomen brief.

3.De beoordeling

3.1.
De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking, op grond van artikel 5, tweede lid, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel van 10 november 2020, zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond.
3.2.
Ten aanzien van het door verzoekers ingediende verschoningsverzoek overweegt zij daartoe het volgende. Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Het gaat om die gevallen waarin de rechter, nadat zijn naam aan partijen bekend is gemaakt, ontdekt dat hij vanwege het bestaan van (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid niet vrij is de zaak te behandelen en een verschoningsverzoek indient. Alleen een rechter kan zich verschonen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Nu verzoekers zelf niet de mogelijkheid tot verschoning hebben, dienen zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het door hen ingediende verschoningsverzoek.
3.3.
Wel kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.4.
Bij een wrakingsverzoek is het aan verzoekers om concrete feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.
3.5.
Het verzoekschrift is een document van twaalf pagina’s. Een groot deel bevat - zoals ook uit een eerder wrakingsverzoek is gebleken - uitingen van de kennelijk bij verzoekers bestaande onvrede over de rechtspraak in het algemeen in Nederland. Verzoekers verzoeken wederom de wraking van WRO-ambtenaren, griffiers en medewerkers van de administratie. De wet bepaalt dat alleen rechters die bemoeienis hebben met de desbetreffende zaak kunnen worden gewraakt. Nu de genoemde medewerkers niet kunnen worden gewraakt, dient het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard voor zover dat is gericht tegen alle daarin genoemde personen die geen rechter zijn.
3.6.
Het wrakingsverzoek richt zich eveneens tot de “alhier niet schriftelijk verschenen verschonings- en wrakingskamer” en enkele met name genoemde rechters. Verzoekers voeren echter niets concreets aan tegen de wrakingskamer en de genoemde rechters. Ook bevat het verzoek in het geheel geen gronden waaruit vooringenomenheid van de betreffende wrakingskamer en de genoemde rechters en/of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor is/zijn af te leiden. Het verzoek moet aanstonds als kennelijk ongegrond worden afgewezen. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.
3.7.
Omdat verzoekers het middel van wraking lichtvaardig, want zonder enige grondslag (opnieuw) hebben ingezet, is naar het oordeel van de wrakingskamer sprake van misbruik van recht. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek van verzoekers tot wraking in dezelfde zaak niet in behandeling wordt genomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot verschoning alsook in hun verzoek tot wraking van de in het verzoek genoemde medewerkers;
4.2.
verklaart het wrakingsverzoek overigens kennelijk ongegrond;
4.3.
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van een of beide verzoekers tezamen niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A. van Holten, L.M. Rijksen en A.A.A.M. Schreuder, rechters, in tegenwoordigheid van M.T. Hovius-Huisman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
de voorzitter
de griffier is buiten staat
deze beslissing mede
te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.