Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Inleiding
2.De procedure
- de aanvullende producties van [eiser],
- de mondelinge behandeling van 12 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
Partijen, voormalige echtelieden, zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en later gescheiden. De vrouw is eigenaar van een pand met bedrijfsruimte en bovenwoning, waarop de man een tweede hypotheekrecht heeft. De vrouw wil het bedrijfsgedeelte verkopen, waarvoor het pand gesplitst moet worden en de hypotheek op het bedrijfsgedeelte doorgehaald. Zij vordert dat de man daaraan meewerkt.
De man betwist aanvankelijk medewerking uit vrees onvoldoende zekerheid te houden, maar kan dit niet aannemelijk maken. Het taxatierapport uit 2021 toont een waarde van de bovenwoning die ruim hoger is dan de resterende schulden. De Rabobank heeft ook ingestemd met de splitsing en royement.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft vanwege de financiering van haar horecazaak die voor 1 januari 2024 moet worden ingelost. De vordering wordt toegewezen en de man wordt veroordeeld tot medewerking aan splitsing en royement. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan splitsing en doorhaling hypotheek wordt toegewezen, met kostencompensatie.