Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
- diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd.
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- wijst af het voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3];
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op