Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De inleiding: het strafrechtelijk onderzoek Betula
4.De voorvragen
De bewijsoverwegingen
De beslissing
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid onveraccijnsde sigaretten en rooktabak in de periode van januari tot juni 2017 in Rotterdam. Het onderzoek betrof een illegale sigarettenfabriek en meerdere locaties waar grote hoeveelheden tabaksproducten zonder accijns werden aangetroffen.
Tijdens het onderzoek werden onder meer observaties, camerabeelden, inkijkoperaties en inbeslagnames verricht. Op diverse locaties werden miljoenen sigaretten en duizenden kilo’s tabak in beslag genomen. Verdachte verhuurde een ruimte in een loodsencomplex waar onveraccijnsde tabaksproducten werden gevonden, en had contact met de leidinggevende van de fabriek.
De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte daadwerkelijk de feitelijke beschikkingsmacht had over de onveraccijnsde goederen of bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat deze illegale goederen in zijn gehuurde ruimte aanwezig waren. Verdachte werd daarom vrijgesproken van het ten laste gelegde. De overige verweren behoefden geen behandeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en rooktabak.