Co-Med exploiteert meerdere huisartsenpraktijken en bood avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW-diensten) ter overname aan. Huisarts [gedaagde] nam deze diensten over en factureerde Co-Med. Tegelijkertijd ontving de huisarts ook betalingen van Stichting Spoedzorg Huisartsen Twente (SHT) voor dezelfde diensten, wat leidde tot een geschil over dubbele vergoeding.
Co-Med vorderde betaling van het bedrag dat de huisarts van SHT ontving, stellende dat dit onterecht was en dat sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. De huisarts betwistte dit en stelde dat de betalingen van SHT een aparte rechtsgrond hadden. De rechtbank oordeelde dat beide betalingen een rechtsgrond hadden, waardoor ongerechtvaardigde verrijking niet was bewezen.
Co-Med deed vervolgens een beroep op wederzijdse dwaling, omdat partijen bij het sluiten van de overeenkomst beiden dachten dat SHT de vergoeding aan Co-Med zou betalen. De rechtbank stelde vast dat deze dwaling bestond en dat Co-Med de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn aangegaan als zij de juiste situatie had gekend. Daarom wijzigde de rechtbank de gevolgen van de overeenkomst en veroordeelde de huisarts tot betaling van €6.623,49 aan Co-Med, na verrekening van openstaande facturen.
De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden verdeeld, waarbij de huisarts de helft aan Co-Med moest betalen. De vordering van de huisarts in reconventie werd afgewezen.