Eiser volgde een mbo-opleiding en had recht op een studentenreisproduct. Na beëindiging van deze opleiding per 30 juni 2022 vroeg hij een overbruggingsperiode aan voor een hbo-opleiding die hij per 1 september 2022 wilde starten. Door long covid en revalidatie kon hij niet starten en zette hij het studentenreisproduct op 23 augustus 2022 stop. Verweerder legde een boete van €237,85 op wegens reizen zonder recht op het product in juli en augustus 2022.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet kan worden toegerekend dat hij het studentenreisproduct te laat stopzette, omdat sprake is van overmacht door ziekte. Verweerder was akkoord gegaan met de overbruggingsperiode en het rigide standpunt dat eiser het risico droeg wordt verworpen. De rechtbank acht het onredelijk om eiser de ov-schuld te laten dragen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder de ov-schuld inclusief wettelijke rente binnen vier weken moet terugbetalen. Tevens moet het betaalde griffierecht worden vergoed. Er zijn geen proceskosten toegekend.