Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
13 februari 2023.
mr. A. Stoop en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
of omstreeks21 augustus 2021, te Hengelo,
gemeente Hengelo (O)
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het
indringen op en/ofaanvallen van die [slachtoffer] en
/of
/of
, althans eenmaal,(met kracht) slaan en/of stompen
in/op/tegen het
gezicht/hoofd en
/althanshet lichaam van die [slachtoffer] (zulks terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) en
/of
, althans eenmaal,(met kracht) trappen/schoppen
in/op/tegen de ribben en
/ofde benen
, en/althans het (gehele) lichaamvan die [slachtoffer] (zulks terwijl die [slachtoffer] op de grond lag)
althans enig lichamelijk letsel,te weten een driedubbele beenbreuk,
althans (een) (gecompliceerde) beenbreuk(en)voor voornoemde [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelde
- € 214,64 (nota ZGT);
- € 28,74 (medicatie 9 juli 2021);
- € 12,36 (36 x € 0,26 (reiskosten) + € 3,-- (parkeerkosten) van 22 april 2022).
€ 924,38 aan materiële schade en € 3.000,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
- wijst de vordering van de benadeelde partij:
- wijst af wat meer of anders is gevorderd aan materiële schade;
- bepaalt dat de benadeelde partij wat betreft de immateriële schade in het restende deel van de vordering niet-ontvankelijk is, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij:
[slachtoffer]van een bedrag van
€ 3.924,38 (drieduizendnegenhonderdvierentwintig euro en achtendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2021, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat de verdachte hoofdelijk verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 3.924,38, (drieduizendnegenhonderdvierentwintig euro en achtendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
49 dagenkan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2023.
[de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ], inhoudende (pagina’s 57 en 58):