Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel dat hij, al dan niet samen met anderen, door bedreiging met smaad [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag
(subsidiair);
(primair)dan wel dat hij, al dan niet samen met anderen, door bedreiging met smaad [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag
(subsidiair).
(primair)dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest
(subsidiair).
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
16 (zestien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
200 (tweehonderd) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
100 (honderd) dagen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 212,68 (tweehonderdtwaalf euro en achtenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 augustus 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.381,99 (drieduizend driehonderdeenentachtig en negenennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 augustus 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 43 dagen kan worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;