Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde sub 1]
2.STADSBANK OOST NEDERLAND,
1.De beslissing in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
15 maart 2023. (ms)
Rechtbank Overijssel
De gemeente is eigenaar van een perceel in Enschede dat zij sinds 2000 in gebruik gaf aan gedaagde. Na meerdere gebruiksovereenkomsten, waarvan de laatste in 2014 mondeling en schriftelijk werd overeengekomen maar niet ondertekend, heeft de gemeente het gebruik van het perceel opgezegd vanwege plannen voor nieuwbouwontwikkeling in het gebied.
Gedaagde weigerde het perceel te verlaten, waarna de gemeente een kort geding startte met vordering tot ontruiming. De voorzieningenrechter oordeelt dat er een gebruiksovereenkomst bestaat en dat de gemeente deze rechtsgeldig heeft opgezegd met inachtneming van een ruime opzegtermijn.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente voldoende spoedeisend belang heeft, mede vanwege toegekende subsidie en voorgenomen bestemmingsplan. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen aan de Stadsbank, als bewindvoerder van gedaagde, met een dwangsom van € 25 per dag tot maximaal € 2.500. De vorderingen jegens gedaagde zelf worden niet-ontvankelijk verklaard. De Stadsbank wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.498,86.
Uitkomst: De Stadsbank wordt veroordeeld het perceel uiterlijk 1 juli 2023 te ontruimen en een dwangsom te betalen.