De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning die op 2 november 2023 is verleend voor het tijdelijk plaatsen van 42 flexwoningen in Hengelo. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de bouw stil te leggen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 18 januari 2024.
De vergunning is verleend ondanks strijd met het bestemmingsplan, op grond van afwijkingsregels uit de Wabo en het Besluit omgevingsrecht. Verweerder stelde dat het project voldoet aan beleidsregels en geen onevenredige nadelige gevolgen heeft. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bouwplan geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt en dat de afwijking terecht is toegestaan.
Verzoeker stelde dat de vergunning strijdig is met een goede ruimtelijke ordening vanwege aantasting van het straatbeeld, geluidsoverlast, overlast van bewoners en waardevermindering. De voorzieningenrechter vond dat verweerder deze belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat er geen sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook is het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd omdat de bouw al was gestart en de bezwaarprocedure nog loopt.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De vergunning blijft voorlopig in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.