ECLI:NL:RBOVE:2024:1162

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
84.129940.22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens onduidelijkheid bestuurderschap verdachte in witwaszaak

De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het plegen van witwassen als gewoonte, samen met meerdere medeverdachten. De tenlastelegging betrof het witwassen van een totaalbedrag van ongeveer 3.048.500 euro in de periode van mei 2016 tot juli 2017.

Tijdens de terechtzitting op 29 februari 2024 was niemand verschenen namens verdachte. De rechtbank onderzocht de geldigheid van de betekening van de dagvaarding aan medeverdachte 1, die op het moment van uitreiking op 20 december 2023 als bestuurder van verdachte moest zijn aangemerkt. Uit het dossier bleek echter onvoldoende informatie over het bestuurderschap van medeverdachte 1 op die datum, omdat het Handelsregister geen historische gegevens bevatte over het moment van uittreden.

Daarom kon niet worden vastgesteld of medeverdachte 1 op het moment van betekening bestuurder was, wat noodzakelijk is voor een geldige betekening. Gezien het ontbreken van een gemachtigde vertegenwoordiger van verdachte op de zitting, verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig wegens niet-naleving van de wettelijke betekeningseisen.

De rechtbank wees erop dat medeverdachte 1 sinds 2013 bestuurder was geweest en in 2017 nog steeds, maar op 16 februari 2024 waren andere personen als bestuurders ingeschreven. De onduidelijkheid over de status op 20 december 2023 leidde tot de nietigverklaring van de dagvaarding.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens ongeldige betekening aan een niet-benoemde bestuurder.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.129940.22
Datum vonnis: 5 maart 2024
Vonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
gevestigd aan de [vestigingsplaats].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 februari 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen de officier van justitie mr. M. Lambregts naar voren heeft gebracht. Namens de verdachte is niemand verschenen.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij in of omstreeks de periode van 23 mei 2016 tot en met 11 juli 2017 in [vestigingsplaats]
en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]
en/of [medeverdachte 5] B.V en/of [medeverdachte 4]
B.V. en/of een of meer ander(en) of alleen,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans (opzettelijk)
heeft witgewassen,
hierin bestaande dat zij, verdachte, en/of haar mededader(s),
(sub a)
van (een) voorwerp(en), bestaande uit, een of meer geldbedrag(en), tot een
totaalbedrag van ongeveer EUR 3.048.500 (bestaande uit EUR 700.000 (DOC-006, p.
2037) en EUR 2.348.500 (OPV-001-05, p.399)), althans enig geldbedrag,
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding
en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen
en/of verhuld heeft/hebben wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven
voorwerpen geldbedrag(en) is/was of wie bovenomschreven voorwerpen
geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad, en/of
(sub b)
(een) voorwerp(en0, bestaande uit een of meer geldbedrag(en), tot een totaalbedrag
van ongeveer EUR 3.048.500, althans enig geldbedrag,
heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben (gehad) en/of
heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van een voorwerp
gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) dat dit/deze geldbedrag(en)
(deels) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig(e)
misdrij(f)(ven).

3.De voorvragen

De rechtbank constateert dat de dagvaarding op 20 december 2023 aan [medeverdachte 1] is uitgereikt. Op de akte is aangekruist dat deze is uitgereikt aan de bestuurder van verdachte. De akte van uitreiking vermeldt dat [medeverdachte 1] de akte van uitreiking niet heeft willen ondertekenen.
Uit het dossier blijkt het volgende:
  • [medeverdachte 1] trad op 17 juli 2013 aan in de functie van bestuurder van verdachte en op 24 januari 2017 was hij nog steeds bestuurder (statuten verdachte, DOC-047 en uittreksel bedrijfsprofiel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 24 januari 2017, DOC-026);
  • Op 16 februari 2024 had verdachte (uitsluitend) de volgende (ingeschreven) bestuurders: [naam 1], [naam 2] en [naam 3], allen in functie getreden op
6 september 2023 (uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 16 februari 2024). Op 16 februari 2024 was [medeverdachte 1] geen bestuurder meer.
Uit het voorgaande kan niet worden afgeleid of [medeverdachte 1] op 20 december 2023 (de datum van uitreiking) nog bestuurder was van verdachte. Het dossier bevat geen (historische) informatie uit het Handelsregister over de datum waarop hij uit die functie trad.
De rechtbank kan dus niet vaststellen of [medeverdachte 1] op 20 december 2023 bestuurder was van de verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend, zodat die dagvaarding, nu niemand op de terechtzitting is verschenen namens of gemachtigd door verdachte, nietig verklaard dient te worden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.