ECLI:NL:RBOVE:2024:1177
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen omzettingsvergunning kamerverhuur wegens vervallen vergunning
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de verlening van een omzettingsvergunning op grond van de Huisvestingsverordening Deventer 2022 aan een derde partij voor een woning aan een adres in Deventer.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat slechts een deel van de eisers tijdig bezwaar en beroep had ingesteld. Het college stelde dat de omzettingsvergunning van rechtswege was vervallen omdat de woning langer dan een jaar niet als kamerverhuurpand werd gebruikt.
De rechtbank vond dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat de woning sinds de vergunningverlening niet als kamerverhuurpand was gebruikt, gelet op controles waarbij geen bewoners of gebruiksvoorwerpen werden aangetroffen en verklaringen van omwonenden. Hierdoor was de vergunning op 6 juli 2023 van rechtswege vervallen.
Omdat de vergunning was vervallen, hadden eisers geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep. Ook een principieel oordeel over de vergunningverlening of kostenvergoeding werd niet gegeven. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omzettingsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de vergunning van rechtswege is vervallen en eisers geen belang meer hebben.