Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
ABN AMRO BANK N.V.,
1.[belanghebbende] ,
EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN Pro LID 8 bw, die zich bevindt in het pand te [adres] ,
Rechtbank Overijssel
De bank heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot machtiging om een onroerende zaak in beheer te nemen en te ontruimen vanwege ernstige tekortkomingen van de hypotheekgever jegens de bank. De belanghebbenden, waaronder de hypotheekgever en bewoners, zijn niet verschenen en hebben geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek.
De rechtbank stelt vast dat de bank op grond van de hypotheekakte bevoegd is tot beheer en ontruiming bij tekortschieten van de hypotheekgever. Hoewel uit de gemeentelijke basisadministratie bleek dat er twee minderjarige kinderen op het adres staan ingeschreven, kon niet worden vastgesteld of zij daadwerkelijk daar wonen. De bank heeft geen nadere toelichting gegeven over de belangen van deze kinderen, waardoor de rechtbank de belangenafweging niet volledig kon maken.
Desondanks wordt de machtiging tot beheer en ontruiming toegewezen. De hypotheekgever en aanwezigen worden veroordeeld tot ontruiming binnen de wettelijke termijn, met afgifte van de sleutels aan de bank. Het verzoek om ontruiming met behulp van de sterke arm wordt afgewezen omdat dit niet verenigbaar is met de wettelijke procedure die de inzet van een deurwaarder voorschrijft.
Uitkomst: De bank wordt gemachtigd tot beheer en ontruiming van het pand, en de hypotheekgever wordt veroordeeld tot ontruiming binnen de wettelijke termijn.