ECLI:NL:RBOVE:2024:1247

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 maart 2024
Publicatiedatum
12 maart 2024
Zaaknummer
C/08/309547 / KG RK 24-54
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:264 BWArt. 3:267 lid 5 BWArt. 3 IVRKArt. 555 RvArt. 556 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsverzoek bank wegens tekortschieten hypotheekgever

De bank heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot machtiging om een onroerende zaak in beheer te nemen en te ontruimen vanwege ernstige tekortkomingen van de hypotheekgever jegens de bank. De belanghebbenden, waaronder de hypotheekgever en bewoners, zijn niet verschenen en hebben geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek.

De rechtbank stelt vast dat de bank op grond van de hypotheekakte bevoegd is tot beheer en ontruiming bij tekortschieten van de hypotheekgever. Hoewel uit de gemeentelijke basisadministratie bleek dat er twee minderjarige kinderen op het adres staan ingeschreven, kon niet worden vastgesteld of zij daadwerkelijk daar wonen. De bank heeft geen nadere toelichting gegeven over de belangen van deze kinderen, waardoor de rechtbank de belangenafweging niet volledig kon maken.

Desondanks wordt de machtiging tot beheer en ontruiming toegewezen. De hypotheekgever en aanwezigen worden veroordeeld tot ontruiming binnen de wettelijke termijn, met afgifte van de sleutels aan de bank. Het verzoek om ontruiming met behulp van de sterke arm wordt afgewezen omdat dit niet verenigbaar is met de wettelijke procedure die de inzet van een deurwaarder voorschrijft.

Uitkomst: De bank wordt gemachtigd tot beheer en ontruiming van het pand, en de hypotheekgever wordt veroordeeld tot ontruiming binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rekestnummer: C/08/309547 / KG RK 24-54
Beschikking van de voorzieningenrechter van 11 maart 2024
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd in Amsterdam,
verzoekende partij, hierna te noemen: de bank,
advocaat: mr. P.K.J. van der Wal te Rosmalen,
tegen

1.[belanghebbende] ,

wonende in [woonplaats] ,
hypotheekgever/belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende] ,
niet verschenen,
2.
EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN Pro LID 8 bw, die zich bevindt in het pand te [adres] ,
bewoner(s)/belanghebbende(n),
hierna te noemen: de bewoner(s),
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De bank heeft een verzoekschrift ingediend als bedoeld in artikel 3:267 lid 5 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
1.2.
Bij brieven van de griffier van 6 februari 2024 zijn de belanghebbenden in de onderhavige zaak tot en met 15 februari 2024 in de gelegenheid gesteld een mondelinge behandeling te verzoeken, indien van hun zijde bezwaar zou bestaan tegen het ingediende verzoek.
1.3.
Bij emailbericht van 1 maart 2024 heeft de rechtbank de bank gevraagd om zich uit te laten over het belang van mogelijk inwonende kinderen. De bank heeft hier bij emailbericht van 7 maart 2024 op gereageerd.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoekschrift heeft betrekking op de woonruimte met berging en verder toebehoren, aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente Deventer, sectie G, appartementsindex [nummer] (hierna te noemen: de onroerende zaak). Op het adres staan twee minderjarige kinderen ingeschreven.
2.2.
De bank verzoekt de voorzieningenrechter:
1. machtiging te verlenen aan de bank om de onroerende zaak in beheer te nemen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm;
2. machtiging te verlenen aan de bank om de onroerende zaak onder zich te nemen c.q. te ontruimen;
3. de hypotheekgever, de gezinsleden en eenieder die zich in het registergoed bevindt, voor zover hij geen huurder is als bedoeld in artikel 3:264 lid 4 en Pro 8 BW, te veroordelen de onroerende zaak binnen drie dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen en met al de hunnen en het hunne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan de bank;
2.3.
De belanghebbenden hebben niet gereageerd op de hiervoor genoemde brief van de griffier, zodat het ervoor moet worden gehouden dat van hun zijde geen bezwaar bestaat tegen toewijzing van het verzoek.

3.De beoordeling

3.1.
Onweersproken is gesteld dat [belanghebbende] in ernstige mate tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens de bank. Daarnaast is uit de bij het verzoekschrift overgelegde hypotheekakte gebleken dat voldaan is aan het vereiste dat tussen partijen is bedongen dat de bank bevoegd is om de onroerende zaak in beheer te nemen indien [belanghebbende] in zijn verplichtingen jegens de bank in ernstige mate tekort schiet. De verzochte machtiging om de onroerende zaak in beheer te nemen is daarom toewijsbaar.
3.2.
In de overgelegde hypotheekakte is eveneens een ontruimingsbeding opgenomen, op basis waarvan de bank -indien dat met het oog op de executie is vereist- bevoegd is de onroerende zaak onder zich te nemen en te verlangen dat vervolgens ontruiming plaatsvindt. Gelet op het voorgaande zal de verzochte machtiging om de onroerende zaak onder zich te nemen worden verleend.
3.3.
Uit het door de bank overgelegde uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie volgt dat op het adres van de onroerende zaak twee minderjarige kinderen ingeschreven staan. Op grond van artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) vormen de belangen van kinderen een eerste overweging bij alle geschillen waar kinderen bij betrokken zijn. Dit dient de rechtbank dan ook ambtshalve mee te nemen in haar beoordeling van het verzoek van de bank tot machtiging tot ontruiming. Omdat de bank zich over de belangen van deze kinderen in haar verzoekschrift niet heeft uitgelaten, heeft de rechtbank haar gelegenheid gegeven om dat alsnog te doen. De bank heeft vervolgens toegelicht dat zij en de door haar ingeschakelde derden, een makelaar en recherchebureau, hebben getracht om contact te krijgen met [belanghebbende] , maar dat dit niet mogelijk bleek, ook niet bij bezoek ter plaatse. De rechtbank overweegt dat daarom niet bekend is of daadwerkelijk minderjarige kinderen in de onroerende zaak woonachtig zijn en ook niet wat de gevolgen van ontruiming voor deze kinderen zouden zijn. Mogelijk is ander onderdak voor hen beschikbaar. De rechtbank kan de wettelijk vereiste belangenafweging zonder nadere toelichting van verweerder, die niet is verschenen, daarom niet verder invullen.
3.4.
Nu de machtiging tot onder zich nemen zal worden verleend, zal de voorzieningenrechter de hypotheekgever en de zijnen, waaronder belanghebbenden sub 2, veroordelen tot ontruiming van de onroerende zaak.
3.5.
Anders dan de bank heeft verzocht zal de voorzieningenrechter bij de machtiging tot het in beheer nemen van de onroerende zaak niet tevens bepalen dat dit “zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm” kan geschieden. Het verzoek zal in zoverre worden afgewezen. Artikel 556 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. Onverenigbaar met die regel is dat de voorzieningenrechter niettemin de bank zou machtigen om zelf de ontruiming te bewerkstelligen. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij rechtstreeks aan artikel 557 Rv Pro, waarin artikel 444 Rv Pro van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
machtigt de bank om de onroerende zaak aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente Deventer, sectie G, appartementsindex [nummer] in beheer te nemen,
4.2.
machtigt de bank om de onder 4.1 omschreven onroerende zaak onder zich te nemen,
4.3.
veroordeelt [belanghebbende] en al wie en wat aldaar namens hem aanwezig is, waaronder belanghebbenden sub 2, de onder 4.1 omschreven onroerende zaak te ontruimen met al de hunnen en al het hunne, en om dat pand met afgifte van de sleutels aan de bank ter vrije beschikking te stellen, waarbij geldt dat de termijn van ontruiming volgt uit het bepaalde in artikel 555 Rv Pro,
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op
11 maart 2024.