ECLI:NL:RBOVE:2024:1278

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
ak_23_517
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 149 GemeentewetVaarverordening Steenwijkerland 2021NatuurbeschermingswetHabitatrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen belanghebbende status voor natuurbeschermingsstichting bij vaarvergunning verhuurboten

Eiseres, een stichting die zich inzet voor natuur- en milieubescherming, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland om een vaarvergunning te verlenen voor 60 verhuurboten en een ontheffing voor het gebruik van verbrandingsmotoren op 59 boten ten behoeve van Vakantiepark Waterstaete.

De rechtbank oordeelt dat de Vaarverordening Steenwijkerland 2021 een autonome gemeentelijke verordening is die het gebruik van verhuurboten binnen de gemeente reguleert, maar niet het recht om te varen op waterwegen. De belangen van natuur en milieu zijn reeds betrokken bij eerdere besluiten, zoals de natuurvergunning en het bestemmingsplan.

Daarom kan eiseres niet als belanghebbende worden aangemerkt bij het bestreden besluit. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het besluit en wijst het griffierecht en kostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep van de natuurbeschermingsstichting wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 23/517
uitspraak van de enkelvoudige kamer van de rechtbank Overijssel in de zaak tussen

Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken, uit Meppel, eiseres

(gemachtigde: H.J.M. Baptist),
en

het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland

(gemachtigde: G. Holtjer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland (hierna: het college) van 20 juni 2022 waarbij een vaarvergunning is verleend voor het exploiteren van 60 verhuurboten ten behoeve van de gasten van Vakantiepark Waterstaete te Ossenzijl (hierna: Waterstaete) en een ontheffing voor het gebruik van een verbrandingsmotor op 59 boten.
1.1.
Met het bestreden besluit van 22 december 2022 heeft het college bij het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eiseres [naam], bijgestaan door H.J.M. Baptist, en namens het college G. Holtjer.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank zal beoordelen of het college het bezwaar van eiseres tegen
de verlening van een vaarvergunning en een ontheffing voor het gebruik van een verbrandingsmotor aan Vakantieparken Weerribben Wieden B.V. terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3.1.
De vergunning en de ontheffing waartegen eiseres bezwaar heeft gemaakt zijn verleend op grond van de Vaarverordening Steenwijkerland 2021 (hierna: de Vaarverordening). De Vaarverordening is gebaseerd op artikel 149 van Pro de Gemeentewet.
De Vaarverordening is op 1 januari 2021 in werking getreden.
3.2.
Eiseres is een stichting die zich inzet voor de belangen van de bescherming van de natuur en van het milieu.
3.3.
De rechtbank overweegt dat de Vaarverordening een autonome gemeentelijke verordening is die is opgesteld in het belang van de gemeente (artikel 149 Gemeentewet Pro). De gemeenteraad heeft met deze verordening het gebruik van rondvaart- en verhuurboten binnen de gemeente Steenwijkerland willen reguleren. De Vaarverordening regelt niet het recht om met boten op waterwegen binnen de grenzen van de gemeente te varen. Dat is toegestaan zonder dat daarvoor deze vergunning is vereist.
3.4.
Met de belangen van de bescherming van de natuur en van het milieu is rekening gehouden bij de verlening van een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet voor de bouw van Waterstaete door Gedeputeerde Staten van Overijssel, bij besluit van 26 augustus 2009. Bij de verlening van die vergunning is uitdrukkelijk betrokken dat de vakantiewoningen in dit vakantiepark elk voorzien zijn van een aanlegplaats voor een boot. Ook bij de vaststelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan zijn deze belangen betrokken.
3.5
De vaarvergunning met de ontheffing betreft een nader regulering van wat op basis van het bestemmingsplan en de natuurvergunning al mogelijk was. De Habitatrichtlijn is hierop naar het oordeel van de rechtbank niet van toepassing.
3.6.
Uit het voorgaande volgt dat eiseres, als stichting die zich inzet voor de belangen van de bescherming van de natuur en van het milieu, niet als belanghebbende bij het besluit van het college van 20 juni 2022 kan worden aangemerkt. Het bezwaar is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van het door het college genomen besluit
om een vaarvergunning en een ontheffing voor het gebruik van een verbrandingsmotor
te verlenen ten behoeve van gasten van Waterstaete komt de rechtbank daarom niet toe. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op .
De rechter is buiten staat om deze uitspraak
te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.