ECLI:NL:RBOVE:2024:1430
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering terecht wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 20 november 2022 te beëindigen vanwege een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Het UWV had aanvankelijk geen spreekuur met de verzekeringsarts bezwaar en beroep gehouden, maar dit is later alsnog gedaan. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerden dat er geen aanleiding was om meer beperkingen vast te stellen en dat de voorbeeldfuncties passend waren.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en fysieke klachten, waaronder depressie, tinnitus en slaapproblemen, en dat een psychiater als onafhankelijk deskundige benoemd moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat de medische beoordeling inzichtelijk en navolgbaar was en dat het rapport van de psychiater Trompenaars eerder aanwijzingen gaf voor onderpresteren en overrapporteren.
De arbeidskundige beoordeling werd eveneens als voldoende gemotiveerd beoordeeld, waarbij de selectiedatum en rangschikking van functies juist waren toegepast. De rechtbank concludeerde dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd en dat de procedurele tekortkomingen zijn hersteld. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.