ECLI:NL:RBOVE:2024:1454
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door ingediende klacht
Verzoeker, werkzaam als senior gerechtsjurist, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn beroepen tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen behandelde. Het verzoek was gebaseerd op meerdere gronden, waaronder eerdere voorvallen, de wijze van bejegening tijdens de zitting en het feit dat de rechter een klacht tegen hem had ingediend.
De wrakingskamer beoordeelde de gronden afzonderlijk. De eerdere voorvallen betroffen handelingen die niet door de rechter zelf waren verricht en werden onvoldoende gemotiveerd om partijdigheid aan te nemen. De bejegening op zitting werd zakelijk en binnen de regierol van de rechter beoordeeld, zonder aanwijzingen voor vooringenomenheid.
De klacht die de rechter tegen verzoeker had ingediend, vormde echter een bijzondere omstandigheid. Deze klacht was ingediend voordat op de beroepen was beslist en bevatte tevens een standpunt over de juridische houdbaarheid van verzoekers stellingen. Dit wekte een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid, die niet kon worden weggenomen.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom toe en verwierp het verzoek van de rechter om toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet meer in behandeling te nemen, omdat er geen sprake was van misbruik van het wrakingsmiddel.
De beslissing werd op 19 maart 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door het indienen van een klacht.